Spring naar content

Procedure Overige collecties

 

Een van de taken van de Restitutiecommissie is te adviseren over restitutieverzoeken die betrekking hebben op cultuurgoederen die geen deel uitmaken van de rijkscollectie. Cultuurgoederen die een voormalige eigenaar verloor als gevolg van het naziregime, kunnen nu in bezit zijn van anderen dan de rijksoverheid; bijvoorbeeld een provinciale of gemeentelijke instelling, een stichting of een particulier. De Restitutiecommissie kan over dergelijke cultuurgoederen op verzoek van de voormalige eigenaar en de huidige eigenaar een bindend advies uitbrengen.

De procedure die de commissie hierbij volgt, wordt beschreven in een Reglement.

Het voorleggen van een verzoek om bindend advies

Voor het indienen van een restitutieverzoek kunt u ook het stappenplan Overige collecties raadplegen.

Bij het voorleggen van een verzoek om bindend advies gelden de volgende uitgangspunten:

  • De huidige eigenaar en de (rechtsopvolgers van de) voormalige eigenaar besluiten in onderling overleg de commissie in te schakelen.
  • Partijen spreken af het Reglement en uit te brengen advies als bindend te aanvaarden.
  • Partijen leggen hun verzoek om advies schriftelijk voor aan de Minister van OCW door tussenkomst van de Restitutiecommissie. Hiervoor kan per post of per e-mail een brief worden gezonden aan de Restitutiecommissie die ondertekend is door de eigenaar van het betreffende cultuurgoed (of zijn gevolmachtigde) en de vertegenwoordiger van de partij die om teruggave van het cultuurgoed verzoekt. Een verzoek kan ook worden voorgelegd met twee aparte brieven van de beide partijen.

Uit de brief/brieven dient het volgende duidelijk te worden:

  • Om welk cultuurgoed gaat het?
  • Waar bevindt het cultuurgoed zich (welk museum/welke collectie)?
  • Wie zijn de partijen? Het gaat daarbij enerzijds om de huidige eigenaar (bijvoorbeeld een stichting of een provinciale/gemeentelijke overheid) en anderzijds de partij die om teruggave van het cultuurgoed verzoekt op grond van voormalig eigendom.
  • Wie zijn de vertegenwoordigers van beide partijen en wat zijn hun contactgegevens? Het kan bijvoorbeeld gaan om een museumdirecteur als gevolmachtigde van de huidige eigenaar, en aan de andere kant om een vertegenwoordiger van de familie van de voormalige eigenaar.

Bij het verzoek dient de volgende documentatie te worden bijgesloten:

  • Van de kant van de eventuele vertegenwoordiger van de huidige eigenaar: een volmacht van de eigenaar van het betreffende cultuurgoed, of een formeel document waaruit blijkt dat de vertegenwoordiger beschikkingsbevoegd is.
  • Van de kant van de rechtsopvolgers van de voormalige eigenaar: een notariële verklaring van erfrecht, althans documenten waaruit blijkt dat verzoekers rechthebbenden zijn ten aanzien van het vermogen van de gestelde voormalige eigenaar.

Nadat de commissie het gezamenlijke verzoek van de partijen met de bijlagen heeft ontvangen, vraagt de commissie de Minister van OCW in te stemmen met het geven van advies.

Ontvangstfase

De Restitutiecommissie beoordeelt of het verzoek om bindend advies in behandeling kan worden genomen. Vervolgens wordt een brief aan partijen gestuurd waarin de procedure wordt beschreven. Eventuele vragen van de commissie worden daarbij aan hen voorgelegd.

Onderzoeksfase en feitenoverzicht

De Restitutiecommissie kan opdracht geven aan het Expertisecentrum Tweede Wereldoorlog en Restitutieverzoeken (het Expertisecentrum) voor een onderzoek naar de relevante historische feiten. Dit zal in vrijwel alle zaken nodig zijn. In de onderzoekfase inventariseert het Expertisecentrum allereerst de door partijen meegezonden informatie. Vaak blijkt dan nader (kunst)historisch onderzoek noodzakelijk om de voor advisering relevante vragen te kunnen beantwoorden. Dit betreft onderzoek in diverse archieven in binnen- en buitenland. Van belang zijn gegevens over de oorspronkelijke eigendomssituatie, de aard en omstandigheden van het bezitsverlies en de afhandeling van een eventueel na de oorlog ingediend verzoek om restitutie.

De tijdens de onderzoeksfase verzamelde relevante gegevens worden opgetekend in een feitenoverzicht dat door het Expertisecentrum naar partijen wordt gezonden voor feitelijke aanvulling. Nadat deze aanvullingen zijn verwerkt, stuurt het Expertisecentrum het Feitenoverzicht naar de Restitutiecommissie.

Meer informatie over de werkwijze van de Restitutiecommissie en het Expertisecentrum in verband met het feitenonderzoek vindt u hier.

Adviesfase

De commissie stelt partijen in de gelegenheid te reageren op het Feitenoverzicht en hun standpunten naar voren te brengen. Naast de schriftelijke behandeling zal – in beginsel – een mondelinge behandeling plaatsvinden. Ook kan de commissie het Expertisecentrum vragen nader onderzoek te doen, indien dit nodig is voor het uitbrengen van het advies. Voordat de commissie tot haar bindend advies komt, zendt zij partijen een concept waarop zij kunnen reageren. Na vaststelling stuurt de commissie het bindend advies rechtstreeks aan partijen.
De taak van de commissie is daarmee ten einde.