Herkomstonderzoek naar de Kunstobjecten
Het restitutieverzoek heeft betrekking op veertien (groepen van) objecten die deel uitmaken van de NK-collectie. Verzoeker ziet een gelijkenis tussen deze objecten en bepaalde kunstvoorwerpen die tijdens de bezettingsjaren tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo zouden hebben behoord. Hiertoe heeft Verzoeker de NK-gegevens van de Kunstobjecten vergeleken met door Lion Morpurgo ingevulde SNK-Aangifte Formulieren en de overgeleverde administratieve bescheiden van kunsthandel Morpurgo. Hiertoe behoren facturen, onder meer uit de tijd van Verwalter Jansen, de inventarislijst die Jansen bij aanvang van zijn beheer heeft opgesteld, en een inkoop-/verkoopboek over de periode 1919 – 16 oktober 1941, dat volgens Verzoeker door zijn overgrootvader Louis Morpurgo is bijgehouden. Over dit boek (hierna: het Morpurgo-Inventarisboek) merkt Verzoeker op:
Dit boek toont mij de inkoopdatum en –prijs en het Morpurgo inventarisnr. van objecten met sterke gelijkenis met de respectieve NK-nrs. Bovendien toont het inkoop-/verkoopboek of het object nog niet verkocht is vóór 16 okt 1941, de datum waarop het boek abrupt eindigt.
Het herkomstonderzoek naar de Kunstobjecten was er primair op gericht om na te gaan of de Kunstobjecten metterdaad kunnen worden geïdentificeerd als objecten die tijdens de bezettingsjaren tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo hebben behoord en gedurende deze periode onvrijwillig uit het bezit van de kunsthandel zijn geraakt.
NK 3 – Lodewijk XV-commode met vijf laden
Objectgegevens
NK 3 betreft een Lodewijk XV-commode met vijf laden, vervaardigd van gefineerd mahonie-, rozen- en satijnhout, met koperbeslag en een grijs marmeren blad, van een onbekende maker, met afmetingen 87 x 132 x 57 cm (h x b x d), gedateerd circa 1750.
Lodewijk XV-commodes zijn in de achttiende eeuw veelvuldig geproduceerd. Franse meubelen waren in de tweede helft van de achttiende eeuw in Amsterdam zeer geliefd, dusdanig dat in 1771 een invoerverbod werd uitgevaardigd om Amsterdamse meubelmakers te beschermen. Vanaf circa 1760 werden er in Nederland veel gefineerde meubels in ‘Franse stijl’ gemaakt. Kenmerkend voor Franse commodes en commodes naar Franse stijl zijn, onder meer, een marmeren blad, metalen beslag en versiering op het tablier. Identificatie van individuele meubels is doorgaans lastig omdat makers niet verplicht waren hun werk te stempelen of te signeren.
De Morpurgo-commode
Verzoeker identificeert NK 3 als een commode die op 28 mei 1937 in London is aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorde. Volgens Verzoeker komt NK 3 met een commode overeen die onder inventarisnummer 1191 in het Morpurgo-Inventarisboek staat geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in voor de verdwenen commode en voorzag deze van een gedetailleerde tekening. De tekening lijkt goed op NK 3. Lion beschreef de commode als een rond 1765 te dateren ‘mahoniehouten L XV commode met marmeren blad met brons versiering en beslag’ van ongeveer 1.20 x 0,90 m. Volgens Lion was de commode door confiscatie in het bezit gekomen van ‘Dr. Rudolph, Lützowufer 13, Berlin’. Hiermee wordt de Duitse kunsthandelaar dr. Hans Walter Rudolph bedoeld wiens kunsthandel vanaf 1936 was gevestigd aan de Lützowufer 13 te Berlijn. Van dr. Rudolph is bekend dat hij gedurende de oorlog nauwe contacten met de Amsterdamse kunstmarkt onderhield. Op het Aangifte Formulier werd niet vermeld wanneer de commode in het bezit van dr. Hans Walter Rudolph zou zijn gekomen.
Recuperatie van NK 3
Het huidige NK 3 is op 23 maart 1948 vanuit het Central Collecting Point te München naar Nederland teruggevoerd. Het inventarisnummer dat in München aan de commode is toegekend is in blauw krijt op de achterzijde van NK 3 geschreven. Volgens de gegevens van de geallieerde recuperatieautoriteiten werd de Haagse kunsthandelaar L. Jageneau als ‘presumed owner’ van de commode aangemerkt, en is de commode op 26 december 1941 door de Münchener Kunsthandelsgesellschaft bij Jageneau aangekocht. Gegevens over deze transactie zijn ook op de zogenaamde ‘Bernheimer list’ aangetroffen. Dit is een na de oorlog opgestelde lijst waarop objecten – met name meubels – zijn vermeld die tijdens de bezetting zijn verworven door de Münchener Kunsthandelsgesellschaft (voorheen kunsthandel L. Bernheimer). Waarschijnlijk is de commode, het huidige NK 3, tot het einde van de oorlog onverkocht gebleven aangezien op de Bernheimer-lijst als verblijfplaats ‘Lager’ (pakhuis/depot) is vermeld.
Aanvullende reactie Verzoeker
Verzoeker heeft het Morpurgo-Inventarisboek met de inventarislijst van Verwalter Jansen vergeleken en vastgesteld dat de commode met Morpurgo-inventarisnummer 1191 niet voorkomt op de lijst van Jansen. Verzoeker merkt ten aanzien hiervan op:
Toespitsend op commode nr. 1191, acht ik het zeker mogelijk, ook gezien de reputatie van Jansen in het onderzoeksrapport, dat Jansen deze commode buiten de firma om verkocht heeft aan Lambert Jageneau. Dat zou verklaren waarom de naam Morpurgo niet voorkomt in de transacties en waarom er niets gevonden is omtrent aankoop van de commode NK 3 door Jageneau. Contact tussen de antiquairs Jansen en Jageneau is aannemelijk. Ook in de tijd is de verkoop aan Jageneau mogelijk: november 1941 aanvang Jansen als Verwalter bij Morpurgo en verkoop door Jageneau aan Münchener Kunsthandelsgesellschaft op 26 december 1941.
NK 35 – Klepbureau met drie laden
Objectgegevens
NK 35 betreft een klepbureau met drie laden vervaardigd van gefineerd noten- en wortelnotenhout met koperbeslag, van een onbekende maker, met afmetingen 106 x 112 x 52 cm (h x b x d), gedateerd circa 1880-1920.
Van dit type bureau zijn veel exemplaren geproduceerd en zijn er vrij grote aantallen bewaard gebleven. Dit type bureau is tot ver in de twintigste eeuw nagemaakt. De kleppen van dergelijke bureaus zijn meestal recht, maar kunnen soms ook licht gewelfd zijn. NK 35 is op 28 februari 2024 door de RCE geïnspecteerd. Daarbij werd op de achterzijde van het bureau het opschrift ‘Wolf’ en het nummer ‘554’ aangetroffen, beide in wit krijt geschreven.
Het Morpurgo-bureau
Verzoeker identificeert NK 35 als een meubelstuk dat kunsthandel Morpurgo op 12 november 1940 te Heelsum heeft aangekocht. Verzoeker brengt het meubel in verband met inventarisnummer 1437 uit het Morpurgo-Inventarisboek: ‘1 schrijfbureau’. Onderzoek in het SNK-archief naar de identiteit van de verkoper van het schrijfbureau aan de hand van de plaatsnaam ‘Heelsum’ leverde geen resultaten op.
Het onderzoek wees wel uit dat de Firma Joseph M. Morpurgo op 14 augustus 1942 twee objecten aan Joseph Fach te Frankfurt am Main heeft verkocht. De verkoop betrof: ‘1 Rosenholz Kabinettschrank’ en ‘1 Geschweifter Wurzelnussbaumholz Schreibsekretär’.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in dat betrekking had op een schrijfbureau. Hij omschreef het bureau als een rond 1760 te dateren ‘wortelnotenhouten schrijfbureau gebogen klep en laden en beeldhouwwerk op de plint. Belangrijk exemplaar’. Hij voorzag het Aangifte Formulier van een tekening. Het door kunsthandel Morpurgo verloren bureau was volgens Lion door confiscatie in het bezit gekomen van ‘Joseph Fach, Frankfurt A.M.’. De omschrijving die Lion Morpurgo van het bureau gaf komt op meerdere punten met NK 35 overeen maar wijkt tevens op een aantal in het oog springende punten ervan af: NK 35 heeft geen gebogen maar een rechte klep en is aanzienlijk later dan 1760 gedateerd, te weten 1880-1920.
Recuperatie van NK 35
Het huidige NK 35 is na de oorlog vanuit Düsseldorf naar Nederland gerecupereerd. Het meubel werd na aankomst door de SNK onder nummer ‘VM 75’ geregistreerd. Tijdens het door Bureau Herkomst Gezocht (BHG) verrichte onderzoek zijn geen gegevens met betrekking tot de herkomst van VM 75/NK 35 gevonden. Het in wit krijt geschreven nummer ‘554’ dat recentelijk aan de achterzijde van NK 35 is ontdekt heeft er echter toe geleid dat nieuwe herkomstinformatie kon worden ontsloten.
In het SNK-archief is een zogeheten ‘Witte Kaart’ (inventariskaart) voor M554 aangetroffen, waarbij de M verwijst naar de objectcategorie meubels. Op Witte Kaarten werden het inventarisnummer en de gegevens per teruggevoerd kunstvoorwerp genoteerd, bijvoorbeeld gegevens die men achter op een schilderij of op de lijst aantrof, aangebrachte labels, merktekens en dergelijke. Het nummer M554 is ook aangetroffen op een inventarislijst van meubelen van de SNK die na de oorlog waren opgeslagen bij de Firma Van Hulst N.V. Volgens de informatie op de Witte Kaart en het Intern Aangifte Formulier van de SNK met volgnummer 15425 is het meubel met nummer M554 tijdens de oorlog door kunsthandel Etienne Delaunoy te Amsterdam via ‘Pongs’ (waarmee bedoeld wordt de Duitse kunsthandelaar Carl Eugen Pongs te Düsseldorf) verkocht aan B. Meller te Krefeld. Tijdens de bezettingsjaren verhandelde kunsthandel Delaunoy voor grote bedragen aan antiek en kunst aan Duitse veilinghuizen, musea en kunsthandels. Delaunoy kocht tevens op veilingen aan, waarbij zeker ook Joods bezit werd aangekocht, zoals objecten die afkomstig waren van de roofinstelling Lippmann, Rosenthal & Co.
Een in 1946 door Carl Eugen Pongs opgestelde lijst van kunstvoorwerpen die hij tijdens de oorlog in Nederland had aangekocht bevestigt dat hij op 1 juli 1943 ‘1 Nussbaumschrank, holländisch 18. J.’ van Etienne Delaunoy had gekocht en dat hij dit meubel voor NLG 2.200 aan dr. Bruno Meller te Krefeld had doorverkocht. Deze gegevens worden ook vermeld in naoorlogse correspondentie tussen de Nederlandse en Britse autoriteiten in het kader van de recuperatie van het huidige NK 35.
NK 180 – Wijnand Emens, Kruik met reliëf-fries op de buik, schouder en hals
Objectgegevens
NK 180 betreft een bruin geglazuurd stenen kruik met reliëf-fries op de buik, schouder en hals, van de maker Wijnand Emens, met afmetingen 36,8 x 21,8 x 20,2 cm, gedateerd 1598.
De stijl waarin NK 180 is gemaakt is kenmerkend voor de plaats van vervaardiging: Roeren, nabij Aken in het Rijnland. Deze kruiken worden ook wel ‘Roerens steengoed’ genoemd. Dergelijke kruiken zijn veel geproduceerd en geëxporteerd in de zestiende en zeventiende eeuw en zijn veelvuldig nagemaakt in de negentiende eeuw. Vandaag de dag zijn nog vele exemplaren van dergelijke kruiken aanwezig in de handel en musea.
De Morpurgo-kruik
Verzoeker identificeert NK 180 als een stenen kruik die op 15 januari 1925 door kunsthandel Morpurgo is aangekocht. Volgens Verzoeker komt NK 180 met een kruik overeen die onder inventarisnummer 328 in het Morpurgo-Inventarisboek staat geregistreerd. Verzoeker heeft ten aanzien van dit object tevens verklaard: ‘Staat op de lijst objecten Morpurgo bij Dienststelle Mühlmann’.
Tijdens de bezetting stelde de Dienststelle Mühlmann een lijst op van objecten die het bureau bij diverse kunsthandels van Joodse ondernemers had ‘veiliggesteld’. Op deze lijst staan 30 (groepen van) objecten met herkomst Morpurgo, onder vermelding van de corresponderende inventarisnummers uit het Morpurgo-Inventarisboek. De ‘Morpurgo-kruik’ wordt als volgt op de lijst weergegeven:
138 Deutscher Steinzeugkrug mit Kriegerreliefs (No. 328)
Een rapportage uit 1944 over de werkzaamheden van de Dienststelle Mühlmann vermeldt dat de betreffende kruik op 20 januari 1943 aan ‘Frl. Kőnig, München’ is verkocht.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde in november 1945 een Aangifte Formulier in voor een kruik die uit zijn zaak was verdwenen en voorzag het formulier van een tekening. De kruik werd op het Aangifte Formulier omschreven als ‘bruin majolika met voorstelling soldaten en ruiters en reliëf, op de buik van de kruik’. Op het formulier gaf Lion aan dat het object in bezit was gekomen van ‘Dr. Kieslinger voor Duitsche Rijk’. Dit is een verwijzing is naar de Dienststelle Mühlmann.
Naast overeenkomsten vertonen de beschrijving en tekening van de verloren kruik belangrijke verschillen met het huidige NK 180. Als afmetingen gaf Lion circa 22 cm op, hetgeen kleiner is dan NK 180. Als bijzonderheid vermeldde hij ‘gebarsten aan hals’. Het meest recente conditierapport voor NK 180 maakt hiervan geen melding. In het reliëf van NK 180 is geen voorstelling van soldaten en ruiters te zien. De decoratie van NK 180 bestaat uit wapenschilden in medaillons en leeuwen. Tot slot, NK 180 is duidelijk gedateerd en de maker, Wynant Emens, is bekend. Lion Morpurgo vermeldde geen maker op het Aangifte Formulier.
Recuperatie van NK 180
Na de bevrijding werd door de geallieerden geïnventariseerd welke objecten tijdens de bezettingsjaren waren verworven door Duitse musea. Bij het Hetjens-Museum der Kunstsammlungen der Stadt Düsseldorf, een museum gespecialiseerd in keramiek waaronder ‘Roerener Steinzug’, is een lijst opgesteld van tijdens de oorlog in Nederland verworven objecten. Onder de kop ‘Gekauft bei Rosenbaum in Amsterdam’ is een lot beschreven (‘1942 – 65 Grosser Renaissance – Krug. Roeren. Steinzug’) dat in 1942 door het museum zou zijn verworven en door BHG als het huidige NK 180 is geïdentificeerd.
Het huidige NK 180 is op basis van deze lijst als voormalig Nederlands bezit geïdentificeerd en is op 14 augustus 1948 vanuit Düsseldorf naar Nederland gerecupereerd.
NK 202 (A-B) – Twee wandborden
Objectgegevens
NK 202 betreft twee wandborden vervaardigd van witbakkende klei met versiering in blauw met florale decoratie, van een onbekende maker, met afmetingen 22,5 x 3 cm (diameter x h), gedateerd 1750-1800.
De Morpurgo-borden
Verzoeker identificeert NK 202 als een paar borden dat in 1929 door kunsthandel Morpurgo is verworven en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van de kunsthandel behoorde. Volgens Verzoeker komt NK 202 met een tweetal borden overeen dat onder inventarisnummer 93 in het Morpurgo-Inventarisboek staat geregistreerd. Deze borden zouden in januari 1942 aan veilinghuis Lempertz te Keulen zijn verkocht. Verzoeker heeft ter onderbouwing hiervan een verkoopfactuur overgelegd. Op deze factuur, gedateerd 15 januari 1942, staat vermeld dat Josef Hanstein, de uitbater van kunsthandel en veilinghuis Lempertz te Keulen, bij kunsthandel Morpurgo had verworven: ‘Nr. 93 – 2 blaue Delftteller’.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in voor ‘2 blauw Delfsche schotels’ met een diameter van circa 30 cm uit omstreeks 1760. Lion gaf aan dat de borden oorspronkelijk in het bezit waren geweest van ‘Fa. Joseph M. Morpurgo Rokin 108 Amsterdam’ en dat ze door confiscatie in het bezit waren gekomen van ‘Hernn Joseph Hanstein (Lempertz) Kőln’. Als toelichting schreef hij: ‘Verkoop vond plaats 15 Jan 42 door Verwalters zonder toestemming van eigenaar’.
Aankopen door Lempertz in Nederland
In het SNK-archief is een lijst aangetroffen van objecten die tussen 1941 en 1944 door Lempertz in Nederland zijn verworven. Deze lijst is na de oorlog door Josef Hanstein samengesteld en betreft objecten die zich op het moment waarop de lijst werd opgesteld nog bij Lempertz bevonden. Hanstein heeft in 1946 over deze lijst verklaard dat hij niet met zekerheid kon zeggen bij welke kunsthandelaren hij zijn handelsvoorraad gedurende de oorlog had gekocht omdat zijn bedrijfsdocumentatie was vernietigd. De naam Morpurgo komt niet als verkoper op de Lempertz-lijst voor. Op de onderkant van de borden met inventarisnummer NK 202 zijn geen zogenaamde ‘Lempertz-nummers’ (door het veilinghuis aangebrachte inventarisnummers) aangetroffen.
Recuperatie van NK 202
Op 10 juli 1948 werd per vrachtwagen vanuit Düsseldorf een partij keramiek naar de SNK in Amsterdam overgebracht. Volgens interne gegevens van de SNK zaten hier twee wandborden bij die later het inventarisnummer ‘202’ toegekend zouden krijgen. De lading betrof objecten die oorspronkelijk in het bezit waren geweest van ‘Diverse verschillende firma’s in Holland’ en door ‘Dr. Albert Steegr, Kaiserstrasse 5, Kempen’ waren aangekocht. Hiermee wordt naar alle waarschijnlijkheid dr. Albert Steeger bedoeld, die tijdens de oorlog directeur was van het Heimathaus des Niederrheins te Krefeld. Dr. Steeger woonde gedurende de oorlog in Kempen.
Van Steeger is bekend dat hij tussen 1933 en 1944 meermaals bezoeken aan Nederlandse antiekhandelaren heeft gebracht teneinde aankopen te doen, meestal voor rekening van de stad Krefeld. Zulks is door het Museum Burg Linn te Krefeld bevestigd. Dit museum beschikt over de complete inventarisboeken van Steegers aankopen ten behoeve van het Heimathaus des Niederrheins voor de jaren 1930-1950. Hieruit blijkt dat Steeger in de periode 1933-1944 grote hoeveelheden antiek, schilderijen en boeken in Duitsland, België en Nederland heeft verworven. Het museum verricht momenteel onderzoek naar deze aankopen. In de inventarisboeken bevindt zich een kolom waarin de leverancier van de objecten is aangetekend en waarin een aantal namen van Nederlandse kunsthandelaren regelmatig figureert. De naam Morpurgo is bij het onderzoek door het museum tot op heden niet aangetroffen.
NK 276 (A1-2 en B1-2) en NK 277 (A-B) – Drie Chinese dekselvazen van geglazuurd porselein
De herkomstgeschiedenis van NK 276 en NK 277 is identiek. De onderzoeksresultaten en gegevens met betrekking tot deze objecten worden daarom samen weergegeven.
Objectgegevens
NK 276 en NK 277 betreffen drie Chinese dekselvazen van geglazuurd porselein met een blauwwit decor van landschappen en bloemen, van een onbekende maker, met afmetingen 51.5 x 16.5 cm (NK 276 A-B) en 50.5 x 15 cm (NK 277 A-B), gedateerd eerste kwart achttiende eeuw.
De Morpurgo-vazen
Verzoeker identificeert de vazen met inventarisnummers NK 276 en NK 277 als objecten die op 3 september 1929 door kunsthandel Morpurgo zijn aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorden. Volgens Verzoeker komen NK 276 en NK 277 met een deel van een kaststel vazen overeen dat onder inventarisnummer 218 in het Morpurgo-Inventarisboek staat geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in voor een: ‘groot 5deelig Chin. Porselein Kaststel (blauw) Kang-Hi [sic] met bloemen vogels en landschappen gedecoreerd. 1 beker defect’. Hij voorzag het formulier van een tekening van zijn hand. Het kaststel zou door confiscatie in het bezit van ‘Herrn Paffrath Düsseldorf’ zijn gekomen. Op basis van de door Lion Morpurgo verstrekte gegevens stelde de SNK op 27 mei 1946 een Intern Aangifte Formulier op dat volgnummer 11091 toegekend kreeg.
Recuperatie NK 276 en NK 277
De objecten met de inventarisnummers NK 276 en NK 277 zijn na de oorlog vanuit Düsseldorf naar Nederland gerecupereerd. In het SNK-archief is een ladinglijst van gerecupereerde goederen aangetroffen waarop onder meer staat vermeld:
Cer.45/Por.Düss.179/180 2 vazen m. deksel, blauw decor v. landschappen Kang Hsi, h. 52 ½
Cer. 46/Por.Düss.181 Vaas m. deksel, Kang Hsi, h. 50, blauw decor v. landschappen
De SNK heeft met de hand het nummer ‘11091’ achter bovengenoemde vermeldingen op de ladinglijst geschreven. Hieruit blijkt dat de SNK de uit Düsseldorf gerecupereerde vazen identificeerde als de vazen die volgens Lion Morpurgo, na te zijn geconfisqueerd, bij Paffrath te Düsseldorf waren terechtgekomen.
NK 309 (A-C) – Drie beschilderde sierborden
Objectgegevens
NK 309 betreft drie bont beschilderde sierborden, van een onbekende maker (vermoedelijk Delft), gedateerd tweede helft achttiende eeuw. Het bordplat is voorzien van een landschap vol bloemen in de kleuren blauw, geel, rood, groen en mangaan. De bordrand is verfraaid met gestileerde bloemen en bladeren.
Er zijn meerdere exemplaren van dergelijke borden bekend, met dezelfde decoratieve beschildering, bijvoorbeeld in de collecties van het Victoria & Albert Museum te London (inv.nr. C. 98-1965) en The Fitzwilliam Museum te Cambridge (inv.nrs. C.1477A-1928 en C.1477B-1928). De betreffende borden hebben dezelfde datering en toeschrijving als NK 309 (A-C) en staan in voornoemde musea bekend als English Delftware.
De Morpurgo-borden
Verzoeker identificeert de sierborden met inventarisnummer NK 309 als borden die in oktober 1929 door kunsthandel Morpurgo zijn aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van de kunsthandel behoorden. Volgens Verzoeker komt NK 309 met objecten overeen die onder inventarisnummer 90 in het Morpurgo-Inventarisboek staan geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in voor ‘3 blauw Delfsche schotels’ met een diameter van circa 30 cm uit omstreeks 1760. Hij vermelde dat de borden oorspronkelijk bezit waren geweest van ‘Fa. Joseph M. Morpurgo Rokin 108 Amsterdam’ en dat ze op 15 januari 1942 door confiscatie in het bezit waren gekomen van ‘Herrn Joseph Hanstein (Lempertz) Kőln’. Het Aangifte Formulier werd niet van een tekening voorzien. De door Lion Morpurgo verstrekte beschrijving wijkt op een in het oog springend punt af van het huidige NK 309: de NK-borden zijn niet blauw maar bontgekleurd.
Recuperatie van NK 309 (A-C)
De drie sierborden, met objectnummers NK 309 A t/m C, zijn na de oorlog vanuit Düsseldorf naar Nederland teruggevoerd. Op de onderzijde van de borden is het nummer ‘L3312’ aangebracht; een Lempertz-nummer. Op de eerdergenoemde naoorlogse lijst van objecten die Hanstein na de oorlog nog in zijn bezit had en die tussen 1941 en 1944 in Nederland zijn verworven staat naast nummer ‘3312’ vermeld: ‘3 Delfter Teller, bunt’ geschreven. Josef Hanstein verklaarde na de oorlog zich niet meer te kunnen herinneren waar hij deze borden had gekocht.
Er is ook een ander nummer op de onderkant van de borden aangebracht: ‘3025/42’. Dit betreft een zogeheten ‘Liro-nummer’ dat door de Duitse roofinstelling Lippmann, Rosenthal & Co., Sarphatistraat (Liro) werd aangebracht op inbeslaggenomen of ingeleverd Joods bezit. Op de zogenaamde ‘Lirolijst’, een lijst van personen die bezit bij de Liro hebben ingeleverd, staat bij het desbetreffende nummer vermeld: ‘Citroen, Kalverstr. Amsterdam’. Dit is een verwijzing naar de firma Roelof Citroen, een juwelierszaak gevestigd aan de Kalverstraat 1 te Amsterdam die in 1859 werd opgericht door Roelof Citroen. Tijdens een deel van de oorlog woonde diens kleinzoon, Abraham Citroen, samen met zijn gezin aan de Kalverstraat 1. Het is bekend dat Lempertz tijdens de bezettingsjaren objecten bij de Liro aankocht.
NK 445 (A-B) – Twee gedecoreerde empire-vazen met vergulde ornamenten
Objectgegevens
NK 445 betreft twee porseleinen vazen met polychroom decor, beide op een vierkant basement. De vazen hebben beide twee staande oren met vergulde empire-ornamenten eindigend in een ramskop. De halzen zijn gedecoreerd met gekroonde en gevleugelde vrouwenkoppen. De basements zijn beide aan alle vier de zijden gedecoreerd met ovale velden, waarvan er per basement drie zijn beschilderd met landschappen en één met spelende amorini. De buiken van de vazen zijn aan de ene zijde beschilderd met taferelen uit de mythe van Amor en Psyche en aan de andere zijde met een landschap. Deze schilderingen strekken zich bij beide vazen uit over de gehele buik van de vazen. NK 445 bestaat uit twee vazen. De afmetingen van de ene vaas (NK 445 A) zijn: 62,2 x 27 x 19,3 cm, die van de andere vaas (NK 445 B): 61,6 x 27,5 x 19 cm. De datering is circa 1830. Op de vazen zijn uitsluitend de huidige NK-nummers als merktekens aangebracht.
Dergelijke porseleinen vazen, verguld en met geschilderde voorstelling, werden veelvuldig geproduceerd in Frankrijk aan het eind van de achttiende/het begin van de negentiende eeuw en zijn vrijwel altijd in oplage gemaakt. Mythologische voorstellingen waren niet ongebruikelijk. Navraag bij een porseleinexpert wees uit dat de herkomst van dergelijke vazen moeilijk te bepalen is tenzij de vazen in opdracht zijn gemaakt, in welk geval zij van tot de opdrachtgever herleidbare merktekens zouden zijn voorzien. De voorstellingen op de NK 445-vazen, in combinatie met de ramskoppen in de oren, maken dat deze vazen relatief goed herkenbaar zijn. Echter, of het daarmee unica zijn, is volgens de geraadpleegde expert moeilijk te zeggen.
De Morpurgo-empire-vazen
Verzoeker identificeert NK 445 als vazen die op 20 augustus 1937 bij J. Wolff te Amsterdam zijn aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorden. Volgens Verzoeker komt NK 445 met 2 Empire-vazen overeen die onder inventarisnummer 1222 in het Morpurgo-Inventarisboek staan geregistreerd. Volgens een door Verzoeker overgelegde verkoopfactuur van kunsthandel Morpurgo zijn de vazen op 20 februari 1942 aan O.A. von Bolschwing te Wenen verkocht. Otto von Bolschwing was een Duitse SS-Hauptsturmführer die tijdens de oorlog voor de Sicherheitsdienst werkte en enige tijd adviseur was van Adolf Eichmann. De vazen worden op de factuur omschreven als ‘2 Goldene Vasen (Empire Porzellan)’. Op de factuur is met potlood aangetekend: ‘Betaald 15/12/’41 Contant’. Ten aanzien van de discrepantie tussen de factuurdatum en de met potlood vermelde datum van betaling in contanten heeft het onderzoek geen uitsluitsel gegeven.
Aangifte Formulier
Na de oorlog vulde Lion Morpurgo een Aangifte Formulier in voor ‘2 Empire Porselein vergulde vazen met gekleurde mythol. voorstellingen’. Volgens deze opgave waren de vazen ongeveer 50 cm hoog en waren zij op 20 februari 1942 door confiscatie in het bezit gekomen van ‘O.A. von Bolschwing, Wipplingerstr. 32, Wien I’. De aangifte was voorzien van een tekening van de vazen die Lion Morpurgo uit zijn geheugen maakte. De door hem gegeven omschrijving van de vazen en de door hem gemaakte tekening vertonen overeenkomsten met het huidige NK 445, maar er zijn ook in het oog springende verschillen. De door Lion Morpurgo vermelde hoogte van de vazen wijkt circa 12 cm af van die van NK 445. Op de tekening ontbreekt voorts de kenmerkende vierkante voet van de vazen met daarop de evenzeer kenmerkende ovale velden met afbeeldingen van landschappen en amorini. Tot slot tekende Lion Morpurgo de door hem vermiste vaas met een kleine afbeelding, in een rechthoekig kader, in het midden van de buik van de vaas. NK 445 wordt gekenmerkt door afbeeldingen die zich over de gehele buik van de vazen uitstrekken.
Na de oorlog vroeg de Nederlandse overheid aan het Amerikaanse leger in Oostenrijk om de restitutie van de twee porseleinen vazen die tijdens de oorlog in Nederland waren gekocht door ‘O.A.A. von Bolschwing uit Salzburg’. In dit verband is op 24 augustus 1949 met Von Bolschwing gesproken. Von Bolschwing verklaarde dat hij in augustus of september 1941 op een veiling in Den Haag twee porseleinen vazen had gekocht. Hij verklaarde dat de vazen kobaltblauw waren geweest met vergulde sierhandvatten en dat er op de voorkant van de vazen, in het midden, een kleine schildering was aangebracht. Von Bolschwing verklaarde dat hij de vazen naar Wenen had laten sturen waar ze gebroken arriveerden. Hij had de vazen weggegooid. De naam ‘Morpurgo’ is niet terug te vinden in de documentatie die is opgesteld naar aanleiding van de verklaring van Von Boschwing.
Recuperatie van NK 445 (A-B)
De vazen die thans zijn geregistreerd onder inventarisnummers NK 445 A-B zijn op 16 januari 1948 vanuit Düsseldorf naar Nederland gerecupereerd. Op het Interne Aangifte Formulier van de SNK met betrekking tot NK 445 is vermeld dat de twee vazen oorspronkelijk in het bezit waren van ‘Etienne Delaunoy, Amsterdam’ en door vrijwillige verkoop in bezit waren gekomen van ‘Dr. K.G. Linsenmeyer, Düsseldorf, Hindenburgwall’. In de geraadpleegde archiefstukken en documentatie met betrekking tot het huidige NK 445 zijn geen verwijzingen naar Oostenrijk, Von Bolschwing of Morpurgo aangetroffen.
Aanvullende reactie Verzoeker
Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling beargumenteerd dat NK 445 en Morpurgo-inventarisnummer 1222 dezelfde vazen betreffen. Hij benadrukte dat zijn grootvader de tekening op het SNK Aangifte Formulier van de door hem verloren vazen zonder documentatie uit het hoofd heeft moeten reproduceren, na een zware tijd van enkele jaren concentratiekamp. Verzoeker heeft gesteld dat de vierkante voet van de vazen met geschilderde taferelen het enige was dat op de gedetailleerde tekening ontbrak. Verder komen de omschrijving en tekening van de verloren vazen volgens Verzoeker met NK 445 overeen. Verzoeker heeft voorts opgemerkt dat het feit dat zijn grootvader de vazen zonder voet heeft getekend het verschil in hoogte verklaart.
Ten aanzien van de vermelding op de factuur van Von Bolschwing als koper van de vazen merkt Verzoeker op:
Ik heb de verkoopfactuur d.d. 20.02.42 van – met potlood – Morpurgo aan O.A. von Bolschwing bestudeerd. Uit de potlood-notitie “Betaald contant 15/12/’41” maak ik op dat er contant betaald is in december 1941: mogelijk door een ander dan de in Wenen verblijvende Von Bolschwing, en dat er later een factuur is opgemaakt. Ik acht het zeker mogelijk dat antiquair Etienne Delaunoy – Rokin 118 te Amsterdam – in december 1941 de koper is geweest van invnr 1222 bij Verwalter Jansen – Rokin 108 – en dat Delaunoy de vazen aan een klant in Duitsland heeft verkocht. En dat de vazen met invnr 1222 na WO2 als NK 445 gerecupereerd zijn.
NK 481 (A-B) – Karaf (‘jachtfles’) met stop
Objectgegevens
NK 481 betreft een glazen karaf met stop, in de vorm van Kuttrolf, beschilderd in bruin met een zwijnenjacht, zogenaamde Hausmalerei, van een onbekende maker, met afmetingen 28 x 11,5 cm, gedateerd negentiende eeuw.
De Morpurgo-jachtfles
Over NK 481 meldt Verzoeker: ‘NK 481 heb ik niet in het in- en verkoopboek kunnen traceren – mogelijk was het een privé object van mijn overgrootvader’.
Op een lijst van aankopen door het St. Annen Museum te Lübeck met de kop ‘Bought from Dutch traders in works of art’, die vermoedelijk na de oorlog is opgesteld aan de hand van de administratie van het museum, is onder nummer ‘1942/3026’een object omschreven dat met het huidige NK 481 overeenkomt:
MORPURGO, AMSTERDAM
1942/3026 Bottle of glass with hunting scenes
Hetzelfde object komt voor op de zogenaamde ‘Koblenzlijst’, de na de oorlog door de Duitse autoriteiten opgestelde inventaris van recuperatiegoederen, met de volgende vermelding: ‘1942 von Morpurgo für RM 250,- (…) an St. Annenmuseum Lübeck (…) nach dtsch. Namen E. Lübeck (…) Schr. V. 4.12.1956.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde na de oorlog een Aangifte Formulier in voor ‘Een Jachtflesch’. Hij gaf aan dat de jachtfles oorspronkelijk in bezit was geweest van ‘Fa. Joseph M. Morpurgo // Rokin 108’ en dat het object door confiscatie in het bezit was gekomen van het ‘St. Anna Museum // Herrn Prof. Dr. Schrőder Lübeck’. Onder het kopje ‘Toelichting’ vulde hij in: ‘volgens nota van 20 Oct 1942’.
Recuperatie van NK 481 (A-B)
Het huidige NK 481 werd op 21 januari 1947 vanuit Lübeck naar Nederland gerecupereerd. Op de Witte Kaart die op de jachtfles betrekking heeft is met de hand het nummer ‘1942-3026’genoteerd. Op de onderkant van het huidige NK 481 is het nummer ‘3026’ leesbaar, in rode letters geschreven.
NK 485 – Fles van lichtgroen glas
Objectgegevens
NK 485 betreft een fles van lichtgroen glas met samengedrukt bolvormig lichaam, ingestulpte bodem en een korte brede cilindrische hals, van een onbekende maker, met afmetingen 18,5 x 6,5 cm, gedateerd circa 1760.
Het model van deze fles is kenmerkend voor wijnflessen/karaffen uit de zeventiende/achttiende eeuw en wordt ook wel ‘kattekop’ of ‘Dutch onion’ genoemd. Veel van deze flessen hebben geen groenige tint, zoals NK 485, maar zijn donkergroen van kleur.
De Morpurgo-fles
Verzoeker identificeert NK 485 als een fles die op 13 mei 1929 door kunsthandel Morpurgo van ‘Hr. Brinkman’ is aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorde. Volgens Verzoeker komt NK 485 met een fles overeen die onder inventarisnummer 456 in het Morpurgo-inventarisboek staat geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in voor ‘2 groen glazen wijn fleschen (karaffen)’, gedateerd rond 1700. Op het formulier gaf hij aan dat de flessen op 11 december 1941 door confiscatie in het bezit waren gekomen van ‘dr. Valentin, Kőnigsbau Stuttgart’. De aantekening ‘dr. Valentin’ verwijst naar de Duitse kunsthandelaar Fritz C. Valentien, eigenaar van Galerie Valentien te Stuttgart, wiens naam in de bronnen afwisselend als ‘Valentin’ en ‘Valentien’ wordt geschreven. Uit het onderzoek is gebleken dat Valentien tijdens de bezetting meerdere objecten bij kunsthandel Morpurgo heeft verworven.
In het archief van de SNK is een inventarislijst aangetroffen met de kop ‘INVENTORY made on 18th November at the home of Mr. VALENTIN’. Uit het document blijkt dat de lijst over een periode van meerdere dagen in 1947 is samengesteld door de geallieerde recuperatieautoriteiten. Op de lijst komen diverse objecten voor die tijdens de bezetting door Valentien bij Morpurgo zijn aangekocht. De twee groene flessen die volgens opgave van Lion Morpurgo tijdens de oorlog werden geconfisqueerd en aan Valentien zouden zijn verkocht komen niet voor op deze lijst.
Op het Interne Aangifte Formulier van de SNK van 1 juli 1946 dat betrekking heeft op het huidige NK 485 staat vermeld dat het object oorspronkelijk in het bezit was van ‘L. Jageneau, Antiquaar, Noordeinde 156, Den Haag’ en dat de fles door gedwongen verkoop in bezit was gekomen van ‘Prof. Dr. H. Schrőder, St. Annen Museum, Lübeck’. Op de Witte Kaart met betrekking tot de fles is met de hand het nummer ‘1944-132’ genoteerd onder het kopje ‘Description of pictureframe, labels or stamps on the back’. Dit nummer correspondeert met een vermelding op het eerder besproken lijst van het Lübeckse museum getiteld ‘Bought from Dutch traders in works of art’. De vermelding luidt:
JAGENAU, DEN HAAG
1944/132 bottle of green glass (medicine glass)
Recuperatie van NK 485
Op 21 januari 1947 werd het huidige NK 485 vanuit Lübeck naar Nederland gerecupereerd. In de documentatie met betrekking tot NK 485 zijn geen vermeldingen van de naam ‘Morpurgo’ aangetroffen.
NK 486 – Messing kom, gedreven en gegraveerd decor
Objectgegevens
NK 486 betreft een messing kom, met gedreven en gegraveerd decor, van een onbekende maker, met afmetingen 8 x 29 cm, gedateerd zestiende eeuw. In de rand van NK 486 bevinden zich drie duidelijk zichtbare perforaties.
Dergelijke gedreven kommen worden ook wel doopschotel, offerandeschotel of aalmoezenschotel genoemd. Hiervan zijn duizenden exemplaren vervaardigd, allemaal sterk gelijkend. Dergelijke schotels zijn vandaag de dag nog zeer gangbaar op de antiekmarkt.
De Morpurgo-koperen schotel
Verzoeker identificeert NK 486 als een schotel die in 1933 door kunsthandel Morpurgo is aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorde. Volgens Verzoeker komt NK 486 met een schotel overeen die onder inventarisnummer 657 in het Morpurgo-inventarisboek staat geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in dat betrekking heeft op een ‘koperen gedreven schotel’ gedateerd circa 1650, met een diameter van ongeveer 40 cm. Hij voorzag het formulier van een tekening. Lion Morpurgo gaf aan dat de schotel door confiscatie in het bezit was gekomen van ‘Herrn Ed, von Imhof, Franz Joseph Kai 37 Wien’. De tekening die Lion Morpurgo van de verloren kom maakte lijkt zeer op NK 486.
Uit het onderzoek is gebleken dat voormelde verwijzing naar ‘Imhof’ de Weense Eduard Imhof von Geisslinghof betreft, die in de antiquiteitenhandel actief was en Nederland tijdens de bezettingsjaren heeft aangedaan. In het SNK-archief zijn zeventien Interne Aangifte Formulieren gevonden die naar Imhof verwijzen. Veertien daarvan hebben betrekking op vrijwillige verkopen door antiquair Etienne Delaunoy, en drie ervan op aankopen bij kunsthandel Morpurgo (die Lion Morpurgo zelf alle als ‘confiscatie’ kwalificeerde). Op alle Interne Aangifte Formulieren die naar Imhof verwijzen, op één na, is de handgeschreven aantekening ‘vermoedelijk verbrand’ aangebracht. Deze aantekening is ook vermeld op het formulier dat betrekking heeft op de ‘koperen gedreven schotel’ die uit het bezit van kunsthandel Morpurgo is geraakt. De vermoedelijke verklaring hiervoor blijkt uit het SNK-dossier met betrekking tot de recuperatie van objecten uit Oostenrijk. Hierin staat ten aanzien van Imhof vermeld: ‘Moeilijk geval, Von Imhoff zegt alles te hebben verkocht. Is nog in onderzoek’ en ‘Goederen waarschijnlijk vernietigd. Von Imhoff moet een verklaring afleggen, dat de goederen werkelijk verbrand zijn’.
Recuperatie van NK 486
Het huidige NK 486 is na de oorlog vanuit Lübeck naar Nederland gerecupereerd. Uit recent onderzoek naar objecten uit de NK-collectie dat door de RCE is verricht is gebleken dat het St. Annen Museum te Lübeck in 1942 een kom van ‘Jansen’ te Amsterdam heeft gekocht. Zulks blijkt uit het historische inventarisboek van het museum. Op de onderkant van het huidige NK 486 is het nummer ‘1942-834’ te lezen. Dit nummer verwijst naar het inventarisnummer van het St. Annen Museum. Op de lijst met objecten die tijdens de oorlog door het St. Annen Museum in Nederland zijn verworven, staat bij inventarisnummer 1942/834 vermeld: ‘1 brass basin, purchased from Jansen, Amsterdam’. Er bevinden zich meerdere messing kommen en schotels onder de objecten die het St. Annen Museum tijdens de oorlog verwierf, afkomstig van verschillende Nederlandse kunsthandelaren, hetgeen identificatie bemoeilijkt. Het onderzoek heeft niet uitgewezen waar Jansen de betreffende kom zou hebben verworven en/of uit welke handelsvoorraad deze afkomstig was.
Aanvullende reactie Verzoeker
Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling beargumenteerd dat NK 486 en de schotel met Morpurgo-inventarisnummer 657 dezelfde messing kom betreffen. Verzoeker stelt in dit verband dat het St. Annen Museum te Lübeck op 20 oktober 1942 twee antiquiteiten bij Jansen zou hebben gekocht, die volgens Verzoeker beide op de handelsvoorraad van Morpurgo zijn terug te voeren. Het betreft een renaissance beeldenkast met Morpurgo-inventarisnummer 1537, dat geen onderdeel uitmaakt van het huidige verzoek tot teruggave, en een glazen karaf met stop in de vorm van Kuttrolf, dat Verzoeker met NK 481 in verband heeft gebracht (zie hierboven). Op de Aangifte Formulieren die Lion Morpurgo met betrekking tot deze twee objecten heeft ingevuld staat vermeld dat zij door confiscatie in het bezit zijn gekomen van het ‘St. Annen Museum // Herrn Prof. Dr. Schrőder, Lübeck’. Onder het kopje ‘Toelichting’ vulde Lion Morpurgo in: ‘volgens nota van 20 Oct 1942’. Verzoeker heeft ten aanzien hiervan opgemerkt:
‘Drie aankopen van hetzelfde museum in hetzelfde jaar bij Jansen – waarvan de eerste twee uit de voorraad van Morpurgo – maken het waarschijnlijk dat de derde aankoop – NK486 – ook van Morpurgo komt. Eens te meer omdat een eerdere claim van Mossel – voor wie Jansen ook Verwalter was – op NK486 is afgewezen (RC 1.51)’.
NK 520 (A-B) – Twee wandborden
Objectgegevens
NK 520 betreft twee wandborden met blauwe versiering in het plat van een man en vrouw in een landschap, op de rand gestileerde bloemen en medaillons met dikke en dunne slierten, van een onbekende maker, afmetingen 23 x 3 cm, datering onbekend.
De Morpurgo-wandborden
Verzoeker identificeert NK 520 als objecten die op 14 augustus 1919 door kunsthandel Morpurgo zijn aangekocht en bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorden. Volgens Verzoeker komt NK 520 met twee borden overeen die onder inventarisnummer 120 in het Morpurgo-Inventarisboek staan geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in met betrekking tot ‘2 blauw Delftsche schotels’ met een diameter van circa 30 cm. De schotels zouden door confiscatie in het bezit zijn gekomen van ‘Herrn Joseph Hanstein (Lempertz), Kőln’. Als toelichting vermeldde Lion de datum ’15 jan 42’. Op het formulier is op een onbekend moment in potlood de aantekening aangebracht: ‘(verkoop vond plaats door verwalter zonder toestemming eigenaar)’. Nadat Lion Morpurgo het formulier had ingeleverd heeft een medewerker van de SNK met rood potlood diverse aantekeningen en doorhalingen aangebracht, naar alle waarschijnlijkheid in het kader van de verdere verwerking van de gegevens ten behoeve van de taakuitvoering door de SNK. Hierbij werd de door Morpurgo opgegeven kwalificatie ‘confiscatie’ doorgekrast en is op het formulier aangetekend dat het een vrijwillige verkoop betrof.
Lempertz
Op de onderkant van de borden met inventarisnummer NK 520 zijn geen Lempertz-nummers aangetroffen. Op de lijst van objecten die tussen 1941 en 1944 door Lempertz in Nederland zijn verworven, en die zich na de oorlog nog bij Lempertz bevonden, staan twaalf Nederlandse verkopers genoemd. Kunsthandel Morpurgo behoort niet hiertoe. Joseph Hanstein heeft hierover op 30 juni 1946 verklaard dat hij niet met zekerheid kon zeggen bij welke kunsthandelaren hij zijn handelsvoorraad had verworven omdat zijn bedrijfsdocumentatie was vernietigd als gevolg van een grote brand op 29 juni 1943 en een voltreffer op zijn kunsthandel op 3 maart 1945.
Recuperatie van NK 520 (A-B)
Het huidige NK 520 is op 12 juli 1948 vanuit München naar Nederland gerecupereerd. Uit de bijbehorende transportlijst blijkt dat de borden in het Central Collecting Point te München het inventarisnummer ‘35323/20’ toegekend hadden gekregen. Op de bij dit nummer behorende inventariskaart is vermeld dat het vijf porseleinen Chinese borden betrof. Op de achterkant van de kaart is aangetekend dat de borden waren gekocht door ‘Weinmüller’ van een kunsthandelaar in Nederland in 1942 of 1943. Dit betreft waarschijnlijk de Duitse kunsthandelaar en veilinghouder Adolf Weinmüller uit München. Volgens een verklaring van de echtgenote van Weinmüller van 14 januari 1948 waren de borden afkomstig van een onbekende eigenaar in Nederland. Archiefonderzoek heeft niet uitgewezen bij wie Weinmüller de borden heeft gekocht. Een foto behorende bij het voormelde Münchennummer 35323/20 toont de verschillende borden uit de set van vijf. Een van de afgebeelde borden is aan het huidige NK 520 te koppelen.
NK 927 (A-G) – Porseleinen set kommen en schotels
Objectgegevens
NK 927 betreft kommen met schotels, porselein, glazuur, blauwwit decor met op de buitenkant van de kom een bloemmotief en op de binnenrand en bodem van de kom een bladmotief. De bovenzijde van de schotel heeft een bloemmotief en de onderzijde een detail van het bloemmotief. De maker is onbekend. Afmetingen: 7 x 11 cm. Datering circa 1700-1725.
NK 927 beslaat meerdere objecten: zes koppen met schotel (NK 927-A1-2 t/m F1-2) en een losse schotel (NK 927-G2). Drie schotels (NK 927-G1, G3 en G4) van dit ensemble zijn vandaag de dag vermist, maar volgens opgave van de RCE niet totaal verloren.
Een van de delen van NK 927 (G2) is van een tweekaraktermerk voorzien. De overige schotels die onderdeel uitmaken van NK 927 vertonen vergelijkbare merktekens. Een tweetal door het ECR geraadpleegde keramiekexperts heeft laten weten dat merktekens op Europees keramiek gewoonlijk bestaan uit vier of zes karakters. Aan de onderzijde van de koppen die onderdeel uitmaken van NK 927 is een ander soort enkel merkteken aangebracht dat per kop verschilt. Diverse van de NK 927-objecten zijn beschadigd. Het is onbekend wanneer deze schade is ontstaan.
De Morpurgo-koppen en schotels
Verzoeker identificeert NK 927 als koppen en schotels die kunsthandel Morpurgo in mei 1935 bij veilinghuis Frederik Muller te Amsterdam zou hebben gekocht en die bij aanvang van de bezetting tot de handelsvoorraad van kunsthandel Morpurgo behoorden. Volgens het kasboek van kunsthandel Morpurgo werden in mei 1935 diverse aankopen bij Frederik Muller gedaan, waaronder enkele tientallen porseleinen koppen en schotels die in het Morpurgo-Inventarisboek werden ingeschreven onder inventarisnummers 1020 t/m 1023. Volgens Verzoeker komt NK 927 met objecten overeen die onder inventarisnummer 1020 in het Morpurgo-Inventarisboek staan geregistreerd.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op 1 mei 1946 een Aangifte Formulier in dat betrekking heeft op: ’18 paar blauw chin. Porsel. Kop en schotels Zgn. paternosterpatroon’. Hij vermeldde voorts: ‘4 merks Kang Shi rond 1690’. Onder de bijzonderheden noteerde hij: ’18 paar gaaf’. De schotels hadden volgens Lion een diameter van 11.5 cm. De koppen en schotels waren volgens Lion als gevolg van confiscatie op 13 april 1942 in het bezit gekomen van F. Leinung uit de Duitse grensplaats Elten. De aangifte werd van een gedetailleerde tekening voorzien.
Op 2 augustus 1946 stuurde een medewerker van de SNK een brief aan Lion Morpurgo met de vraag om een nader adres omdat het plaatsje Elten bij de SNK niet bekend was, waardoor men niet wist in welke richting moest worden gezocht. Het is niet bekend of Lion Morpurgo hierop heeft gereageerd en of de SNK verder heeft gezocht naar de 18 koppen en schotels. Voor zover bekend heeft de SNK geen verband gelegd tussen het door Lion Morpurgo ingevulde Aangifte Formulier en het huidige NK 927.
Uit het onderzoek is gebleken dat ‘F. Leinung’ naar waarschijnlijkheid een verwijzing is naar Friedrich Eberhard Johannes Leinung geboren op 11 mei 1902 te Emmerik, Duitsland en tijdens de oorlog woonachtig te Elten. Leinung was van beroep expediteur. Hij had een firma in Emmerik en opende in 1927 een filiaal in Lobith in Nederland, de NV Expeditie Onderneming Friedrich Leinung geheten. Archiefonderzoek heeft geen informatie opgeleverd over Leinungs handelscontacten en/of kunstaankopen in Nederland tijdens de bezettingsjaren.
Na de oorlog
Er is geen informatie bekend over de herkomst van het huidige NK 927. Het is ook onbekend waarvandaan de koppen en schotels naar Nederland zijn gerecupereerd. De koppen en schotels zijn in 1950 door de SNK tentoongesteld op een zogenoemde ‘claimtentoonstelling’ van gerecupereerde goederen. De koppen en schotels bleken zeer gangbare gebruiksobjecten te zijn en werden door meerdere personen herkend als geroofd voormalig bezit. Dit plaatste de SNK voor een dilemma en degenen die de objecten meenden te herkennen voor wat het aantonen van eigenaarschap betrof voor een onmogelijke taak.
NK 2946 – Eikenhouten beeldenkast
Objectgegevens
NK 2946 betreft een eikenhouten beeldenkast met intarsia van ebben- en palissanderhout, van een onbekende maker, gedateerd eerste helft van de zeventiende eeuw. De beeldenkast is een zogenaamde Zeeuwse kast waarvan er vele exemplaren in omloop zijn. Dit type kast is kenmerkend voor de zeventiende eeuw Zeeland/Antwerpen en is in zijn soort niet uniek.
De Morpurgo-kast
Verzoeker identificeert NK 2946 als een kast die in december 1940 door kunsthandel Morpurgo op een onbekende veiling te Den Haag, van eveneens onbekende inbrenger, zou zijn gekocht. Volgens Verzoeker komt NK 2946 met een ‘eiken kast’ overeen die onder inventarisnummer 1455 in het Morpurgo-Inventarisboek staat geregistreerd. Verzoeker meldde voorts: ‘Staat op de lijst objecten Morpurgo bij Dienststelle Mühlmann’.
Op de lijst van door Dienststelle Mühlmann bij Nederlandse kunsthandels inbeslaggenomen voorwerpen is onder nummer 151 de volgende kast vermeld: ‘Halbhoher Eichenschrank, geschitzt. Holländisch um 1650 (No.1455)’. Het laatste nummer correspondeert met het inventarisnummer uit het Morpurgo-Inventarisboek.
De Morpurgo-kast met inventarisnummer 1455 is vervolgens in Praag terechtgekomen. Dit blijkt uit een rapportage uit 1944 over de werkzaamheden van de Dienststelle Mühlmann. Hierin is vermeld dat de Morpurgo-kast op 12 augustus 1942 is verkocht aan ‘Roderich Pschikril, Prag’.
Aangifte Formulier
Lion Morpurgo vulde op in november 1945 een Aangifte Formulier in dat betrekking heeft op een ‘Kast Credens Eiken Hout met 4 deuren 2 groote onder en 2 smalle boven met beeldh.werk versierd aan stylen, hoeken en lijsten. Op (2 bolvoeten?) veel lijstwerk op deuren. Met blank en palissanderh.’. Hij voorzag zijn aangifte van een gedetailleerde tekening van de kast. De kast die Lion tekende lijkt op het huidige NK 2946, dat echter niet twee maar drie bovenkasten heeft.
Recuperatie van NK 2946
Het huidige NK 2946 werd na de oorlog vanuit het Central Collecting Point te München naar Nederland teruggevoerd. Op het Interne Aangifte Formulier dat de SNK opstelde voor de gerecupereerde kast is vermeld dat het meubelstuk oorspronkelijk in het bezit was van F. Mannheimer te Amsterdam en over de verwerving is vermeld: ‘Sold under compulsion to Dienststelle Mühlmann, The Hague’. Er zijn foto’s van het interieur van Fritz Mannheimers woning in Amsterdam bewaard gebleven waarop het huidige NK 2946 herkenbaar staat afgebeeld.