Spring naar content
Besluit inzake verzoeken tot heroverweging inzake Koenigs

Verzoeken tot heroverweging inzake Koenigs

Dossiernummer: RC 4.218 en RC 4.219

Soort advies: anders

Adviesdatum: 3 juni 2025

Periode bezitsverlies: 1933-1940

Oorspronkelijke eigenaar: particulier

Plaats bezitsverlies: in Nederland

NK 3550 – De Heilige familie door A. Dürer (foto: RCE)

De commissie ontving op 18 november 2024, naar aanleiding van twee verzoeken tot heroverweging van eerdere besluiten van de toenmalige Staatssecretaris respectievelijk Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake dossiers RC 1.35 en (RC 4.123 inzake RC 1.6), twee adviesverzoeken van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het verzoek tot heroverweging van het besluit inzake RC 4.123 (met betrekking tot RC 1.6) betreft 33 schilderijen, 37 werken op papier uit de NK-collectie en één schilderij uit de Rijkscollectie. Het verzoek tot heroverweging van het advies inzake RC 1.35 betreft 139 tekeningen en drie etsen uit de NK-collectie die op 9 juli 2004 uit Kiev (Oekraïne) zijn gerecupereerd. Verzoeker stelt dat voor beide verzoeken sprake is van nieuwe feiten die een ander licht op voornoemde zaken werpen en verzoekt om die reden tot heroverweging van de eerder genomen besluiten.

Volgens het Beoordelingskader van de Restitutiecommissie bepaalt §1, aanhef en onder d, in samenhang met §1 onder 2, dat indien een restitutieverzoek dat betrekking heeft op een zaak waarover de Restitutiecommissie al een (bindend) advies heeft uitgebracht, niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen, ‘tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die dat niettemin rechtvaardigen’. De commissie merkt hierbij op dat het bij verzoeken tot heroverweging niet gaat om feiten die reeds bekend waren en opnieuw worden aangevoerd ter ondersteuning van een andere argumentatie, maar om nieuwe feiten die relevant zijn voor de uitkomst van het advies.

De commissie heeft besloten de verzoeken tot heroverweging gezamenlijk te beoordelen en geconstateerd dat er in deze zaken geen sprake is van nieuwe feiten in de zin van § 1, aanhef en onder 2, van het Beoordelingskader. Gelet hierop heeft de commissie op 3 juni 2025 geoordeeld de verzoeken RC 4.218 en RC 4.219 tot heroverweging van de besluiten inzake RC 4.123 en RC 1.35 niet inhoudelijk in behandeling worden genomen.

Naar aanleiding van dit oordeel heeft de minister op 7 juli 2025 besloten de eerdere verzoeken niet te heroverwegen en beide verzoeken af te wijzen.