Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog

Het indienen van een restitutieverzoek

De Restitutiecommissie adviseert uitsluitend op schriftelijk verzoek van de Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dat betekent dat verzoeken om restitutie bij de minister moeten worden ingediend. Voldoet een verzoek aan een aantal gestelde minimumeisen, dan legt de minister het aan de Restitutiecommissie voor. De verzoeker ontvangt vervolgens een brief van de commissie waarin de procedure wordt toegelicht. Ook worden hem of haar in een vragenformulier meer gegevens over het geclaimde object gevraagd, bijvoorbeeld om welk concreet kunstwerk het gaat, wat de relatie van de verzoeker met de oorspronkelijke eigenaar is en onder welke omstandigheden het kunstwerk verloren is geraakt.


Het postadres voor het indienen van restitutieverzoeken is:

Ministerie van OCW
T.a.v. de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Postbus 16375
2500 BJ DEN HAAG


Onderzoek en rapportage

Na ontvangst van een adviesaanvraag van de minister stelt de Restitutiecommissie een onderzoek in naar de oorspronkelijke eigendomssituatie van de geclaimde kunstvoorwerpen. Ze onderzoekt ook hoe en onder welke omstandigheden de eigenaar het bezit daarvan is kwijtgeraakt. De leden en het secretariaat beschikken hiervoor over de vereiste expertise, maar roepen indien nodig de hulp van externe specialisten in.

Hoe lang het onderzoek duurt, is vooral afhankelijk van de informatie waarover de commissie kan beschikken, van de verzoeker zelf dan wel van andere bronnen. Is het onderzoek voltooid, dan krijgt de verzoeker daarvan een rapport waarop hij vervolgens kan reageren.

Advies

Is het onderzoek afgerond, dan stelt de Restitutiecommissie na intensief overleg haar advies vast. Na ondertekening door de leden gaat het advies naar de minister. De verzoeker ontvangt bericht dat er advies is uitgebracht. Informatie over de inhoud van het advies wordt in beginsel pas verstrekt nadat de minister  een beslissing heeft genomen over het verzoek tot teruggave.

Duur van de procedure

De duur van de procedure kan per zaak sterk variëren. Voor het vergaren van informatie is de commissie namelijk afhankelijk van derden, zoals archieven in of buiten Nederland.  

Openbaarmaking en vertrouwelijkheid

De verantwoordelijkheid voor het openbaar maken van het advies laat de commissie in eerste instantie aan de minister. Deze stuurt verzoeker de beslissing op zijn claim toe, waarbij het advies van de commissie wordt meegezonden. De Restitutiecommissie treedt pas met haar advies naar buiten nadat verzoeker is geïnformeerd over het advies. Daarbij maakt zij de identiteit van de verzoeker uit eigen beweging niet bekend.

Voor het onderzoek naar persoonlijke gegevens en vermelding daarvan in rapporten en het advies vraagt de commissie de verzoeker om instemming. Dit met het oog op de gevoelige aard van de materie.

Voorts heeft de commissie een geheimhoudingsplicht ten aanzien van documenten die afkomstig zijn uit (deels) vertrouwelijke archieven en/of andere stukken. Zij verwijst daar in onderzoeksrapporten dan ook uitsluitend naar in de vorm van citaten en bronvermeldingen.


« Vorige pagina