Restitutiecommissie adviseert over twee roofkunstclaims (RC 1.115-B/RC 3.129)

NIEUWSBERICHT

Den Haag, 18 september 2011

RESTITUTIECOMMISSIE ADVISEERT OVER TWEE ROOFKUNSTCLAIMS

DEN HAAG – De Restitutiecommissie maakt twee nieuwe adviezen over roofkunstclaims bekend. Beide claims betreffen voorwerpen uit het voormalig bezit van de familie Gutmann. In een geschil over een grisaille van Jacob de Wit uit het Drents Museum oordeelt de commissie dat het museum dit kunstwerk niet hoeft terug te geven aan de familie. Daarnaast adviseert de commissie de Minister van OCW om een claim op een schaal uit de zestiende eeuw af te wijzen.

De grisaille getiteld Allegorie op de herfst is medio achttiende eeuw door de kunstenaar Jacob de Wit vervaardigd ter verfraaiing van de salon van Huize Bosbeek te Heemstede. Tijdens de oorlog was het deurstuk, als bestanddeel van dit landhuis, eigendom van de joodse bankier en kunstverzamelaar Fritz Gutmann. Kernpunt van het geschil tussen zijn erfgenamen en het Drents Museum, de huidige eigenaar van het kunstwerk, is de vraag of de familie Gutmann het bezit van de grisaille onvrijwillig verloor door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. De Restitutiecommissie is van oordeel dat hiervan geen sprake is.

In 1944 zijn Fritz Gutmann en zijn echtgenote Louise Erika von Landau ten slachtoffer gevallen aan de jodenvervolging. Hun twee kinderen hebben de oorlog overleefd. Uit het onderzoek van de commissie is duidelijk geworden dat Huize Bosbeek tijdens de oorlog door de bezettingsautoriteiten is verkocht aan een nazi-instelling. Na de oorlog, in 1950, zijn de erven Gutmann door de rechtsherstelautoriteiten in hun eigendomsrecht van het landhuis hersteld. Zij kwamen daarmee tevens weer in bezit van de grisaille, die na het vertrek van het echtpaar Gutmann uit Huize Bosbeek in 1943 was losgehaald van zijn plek boven de salondeur, maar die wel in het huis aanwezig was gebleven. Later in 1950 hebben de erven Gutmann Huize Bosbeek verkocht aan de Sint Hieronymus Aemilius Stichting. Het deurstuk werd in 1954 zwaar beschadigd in de kelder van Huize Bosbeek aangetroffen, waarna dit door deze stichting is overgedragen aan de Nederlandse Staat, die de grisaille in 1964 verkocht aan de Provincie Drenthe.

Verzoekers stellen dat de familie Gutmann er bij de verkoop van Huize Bosbeek aan de Sint Hieronymus Aemilius Stichting in 1950 vanuit ging dat het deurstuk verloren was gegaan. Het onderzoek van de commissie heeft echter uitgewezen dat een voormalige kantoorgenoot van Fritz Gutmann, die van de situatie in Huize Bosbeek op de hoogte was, in oktober 1945 aan de familie heeft geschreven dat de grisaille destijds nog in het huis aanwezig was. De commissie maakt hieruit op dat de erven Gutmann het bezit van de grisaille hebben verloren met de verkoop van Huize Bosbeek in 1950, en is van oordeel dat dit bezitsverlies niet is aan te merken als onvrijwillig bezitsverlies als direct gevolg van het naziregime. Op grond hiervan oordeelt de commissie dat het Museum de grisaille niet hoeft terug te geven aan verzoekers.

Gubbio-schaal 
Het tweede advies betreft een zogenoemde Gubbio-schaal uit de zestiende eeuw (NK 615) die werd geclaimd door de erven van respectievelijk Fritz Gutmann en van een van zijn broers, de joodse bankier en kunstverzamelaar Herbert Gutmann. De schaal maakte in 1912 deel uit van de collectie van Eugen Gutmann, de vader van Fritz en Herbert Gutmann, en bevond zich sinds het begin van de jaren twintig in commissie bij kunsthandel Bachstitz in Den Haag. Deze kunsthandel verkocht de schaal in 1942 aan een Duitse koper. Verzoekers verklaren dat de geclaimde schaal bij de verkoop in 1942 geen eigendom van Bachstitz was, maar nog altijd bij hem in commissie was. De commissie heeft bij haar onderzoek echter aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat Bachstitz de schaal van de familie Gutmann had gekocht. De commissie oordeelt in haar advies dat het niet in hoge mate aannemelijk is dat de schaal ten tijde van de verkoop in 1942 nog in eigendom was van de familie Gutmann en adviseert de Minister van OCW daarom tot afwijzing van de claim. De minister heeft dit advies overgenomen.

De Restitutiecommissie
Sinds januari 2002 adviseert de Restitutiecommissie de minister van OCW over claims op cultuurgoederen in bezit van de rijksoverheid. Daarnaast kan de Restitutiecommissie een bindend advies uitbrengen over een geschil tussen twee partijen over een cultuurgoed dat niet in het bezit is van de rijksoverheid. Hierbij vormen ‘redelijkheid en billijkheid’ het toetsingskader. Sinds 2002 zijn 113 adviezen uitgebracht door de commissie, waarvan vijf bindend adviezen. Thans heeft de commissie nog 6 bindend advieszaken in behandeling. Het is te verwachten dat in de komende jaren vaker een beroep op de commissie zal worden gedaan voor alternatieve geschillenbeslechting. Dit heeft mede te maken met het feit dat Nederlandse musea thans onderzoek verrichten naar de aanwezigheid van roofkunst in hun collecties, in het kader van het landelijke project Museale Verwervingen vanaf 1933. Dit onderzoeksproject werd in 2009 door de Nederlandse Museumvereniging geïnitieerd en zal naar verwachting in 2013 worden afgerond. Zie http://www.restitutiecommissie.nl/bindend_advies.html voor nadere informatie over het voorleggen van bindend advieszaken aan de commissie en de hierbij gevolgde procedure. 

Zie  http://www.restitutiecommissie.nl/adviezen.html als u de volledige tekst van de adviezen in deze zaken (RC 3.129 en RC 1.115-B) wilt inzien.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Evelien Campfens, secretaris/rapporteur van de Restitutiecommissie, telefoon (070) 376 59 92.