De Restitutiecommissie heeft onder meer tot taak om de minister van OCW te adviseren over verzoeken om restitutie van kunstwerken die deel uitmaken van de Rijkscollectie (Instellingsbesluit, artikel 2 lid 1). De Restitutiecommissie adviseert over dergelijke verzoeken naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Voor verzoeken die op of na 30 juni 2015 zijn ingediend, geldt dit ook ten aanzien van zogenaamde NK-werken. Onder andere wordt onderzocht wie de oorspronkelijke eigenaar was van het geclaimde kunstwerk en op welke manier deze het bezit van het werk tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft verloren.

Dit gebeurt omdat één van de vereisten voor restitutie is dat het in hoge mate aannemelijk is dat de gestelde oorspronkelijke eigenaar inderdaad de eigenaar was en dat hij het bezit van het kunstwerk onvrijwillig heeft verloren als gevolg van omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime.

Ook wordt de relatie onderzocht tussen de verzoeker en de oorspronkelijke eigenaar. Alleen rechthebbenden ten aanzien van het vermogen van de oorspronkelijke eigenaar kunnen aanspraak maken op restitutie.

Als aan deze vereisten is voldaan, kijkt de Restitutiecommissie naar het belang van de verzoeker bij de teruggave van het werk en van de Staat bij het behoud ervan. Bij deze belangenafweging wordt aangesloten bij artikel 3 van het Reglement voor de bindend adviesprocedure.   

Meer informatie hierover kunt u vinden in paragraaf 2.4. van het Jaarverslag 2012.

Hier kunt u meer lezen over de Rijkscollectie, over het indienen van een restitutieverzoek en de procedure die gevolgd wordt.