U bent hier

Beknopte voorgeschiedenis van de Restitutiecommissie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de nazi’s op grote schaal kunstwerken weg uit de bezette gebieden na roof, inbeslagname of aankoop. Na de bevrijding werden veel van deze cultuurgoederen door de geallieerden naar het land van herkomst teruggevoerd en onder beheer van de nationale overheden gesteld, waarmee de opdracht gepaard ging deze terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen. In Nederland speelde de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) een centrale rol bij de restitutie van kunstvoorwerpen. Een deel van de cultuurgoederen die na de oorlog niet zijn gerestitueerd, werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw geveild. De overgebleven werken werden samengebracht in de Nederlands Kunstbezit-collectie (NK-collectie), als onderdeel van de rijkscollectie.

Vanaf het einde van de jaren negentig is de teruggave van geroofd kunstbezit in binnen- en buitenland opnieuw in de aandacht komen te staan. In 1998 werden tijdens een internationale conferentie de Washington Principles on Nazi Confiscated Art vastgesteld. Het jaar daarop vaardigde de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa een resolutie uit betreffende Looted Jewish Cultural Property. In deze verklaringen wordt gepleit voor een soepel teruggavebeleid van tijdens de oorlog geroofd bezit, waarbij tevens wordt aanbevolen te kiezen voor een vorm van alternatieve geschillenbeslechting buiten de reguliere rechtsgang om. De uitgangspunten van deze verklaringen werden ruim tien jaar later bevestigd in de Verklaring van Terezín in Tsjechië (2009).

Bij de voorgeschiedenis van de Nederlandse Restitutiecommissie speelt de door de regering ingestelde Commissie Herkomst Gezocht (ook wel Commissie Ekkart genoemd naar haar voorzitter, prof.dr. R.E.O. Ekkart), een belangrijke rol. Vanaf 1997 tot 2004 heeft het projectbureau Herkomst Gezocht (BHG) onder begeleiding van de Commissie Ekkart de herkomst onderzocht van alle objecten in de NK-collectie. Tegelijkertijd kondigde de regering een verruimd restitutiebeleid af, gebaseerd op aanbevelingen van de Commissie Ekkart. In grote lijnen wordt daarin een ruimhartig teruggavebeleid bepleit.

In 2001 besloot de regering een onafhankelijke adviescommissie in te stellen die claims op geroofde cultuurgoederen zou onderzoeken en beoordelen. Volgens de regering paste dit bij een meer beleidsmatige dan strikt juridische benadering van het restitutievraagstuk. Bij besluit van 16 november 2001 van de staatssecretaris van OCW werd aldus de Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog ingesteld.

Sinds januari 2002 geeft de Restitutiecommissie onafhankelijk advies over individuele restitutieverzoeken.