Witmond

IJstjotter Sperwer (foto: Zuiderzeemuseum)

Advies inzake Witmond: IJstjotter Sperwer

Dossiernummer: 
RC 1.146
Soort advies: 
Rijkscollectie
Adviesdatum: 
18 mei 2015
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 3 juni 2014 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) de Restitutiecommissie (hierna: de commissie) verzocht om advies inzake het verzoek van AA, BB, CC, DD en EE (hierna: verzoekers) van 23 april 2014 tot teruggave van de ijstjotter Sperwer (hierna: de ijstjotter). De ijstjotter behoort tot het bezit van de Staat der Nederlanden, maar niet tot de collectie Nederlands Kunstbezit (hierna: de NK-collectie), en bevindt zich bij het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen (hierna ook: het Museum).

Beoordelingskader

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Besluit adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, zoals gewijzigd, is er een commissie die tot taak heeft de minister op diens verzoek te adviseren over de te nemen beslissingen op verzoeken om teruggave van cultuurgoederen waarover de oorspronkelijke eigenaar door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime onvrijwillig het bezit heeft verloren en die:
a. onderdeel zijn van de NK-collectie; of
b. tot het overig bezit van de Staat der Nederlanden behoren.
            Ingevolge het vijfde lid adviseert de commissie over verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder b, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
            Ingevolge het zesde lid kent de commissie bij haar adviestaak, bedoeld in het eerste lid, groot gewicht toe aan de omstandigheden van de verwerving door de bezitter en de mogelijkheid van kennis van de verdachte herkomst ten tijde van de verwerving van het betrokken cultuurgoed.

De procedure

Bij brief van 3 juni 2014 heeft de minister de commissie verzocht om advies inzake het verzoek van verzoekers van 23 april 2014 tot teruggave van de ijstjotter.

Naar aanleiding van het adviesverzoek van de minister heeft de commissie een onderzoek naar de feiten uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in een conceptfeitenoverzicht van 27 november 2014. Verzoekers en de minister zijn in de gelegenheid gesteld op dit feitenoverzicht te reageren. Verzoekers hebben gereageerd bij brief van 8 januari 2015. De minister heeft gereageerd bij brief van 23 januari 2015.

            Op 13 april 2015 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaats gevonden. Namens verzoekers zijn daar verschenen AA, DD, FF en GG, adviseur. Namens de minister zijn verschenen HH, beleidsmedewerker, en II, adviseur rijkscollectie. Namens het Museum zijn verschenen JJ, conservator, en KK, directiesecretaresse. Namens de commissie waren aanwezig haar voorzitter, W.J.M. Davids, en het lid J.T.M. Bank.

Overwegingen

  1. De commissie heeft de relevante feiten vastgesteld aan de hand van het conceptfeitenoverzicht van 27 november 2014 en de daarop ontvangen reacties. Hier wordt volstaan met de volgende samenvatting. Verzoekers hebben aangevoerd dat hun oudoom Andries Witmond (1893-1943; hierna ook: Witmond), die van joodse afkomst was, tijdens de bezetting het bezit van de ijstjotter door diefstal heeft verloren. Verzoekers behoren tot de erfgenamen van Witmond en zijn echtgenote Berendje Wolf (1897-1943). Het echtpaar was in gemeenschap van goederen getrouwd en kreeg twee kinderen, Philip Benjamin (1924-1943) en Benjamin Philip (1928‑1943). Witmond dreef in Monnikendam een manufacturenzaak, die hij had overgenomen van zijn vader Philip Witmond (1858-1923).
    Het laatst bekende adres van het gezin Witmond was Muiderstraat 4a-III te Amsterdam. Op 27 mei 1943 is het gezin weggevoerd naar Westerbork en op 4 juni 1943 vermoord in Sobibor. Ook andere familieleden van Witmond zijn ten slachtoffer gevallen aan de jodenvervolging.
  2. De aanleiding voor het restitutieverzoek vormde het herkomstonderzoek van de eigen collectie dat door het Museum onder auspiciën van de Nederlandse Museumvereniging is verricht in verband met roof, confiscatie of gedwongen verkoop in de periode vanaf 1933. Naar aanleiding van het door het Museum verrichte onderzoek, werd het Museum door Rudi Ekkart, voorzitter van de commissie Museale Verwervingen vanaf 1933, geattendeerd op de verdachte herkomst van de ijstjotter. Hierop heeft de conservator van het Museum, JJ, nader onderzoek verricht naar de ijstjotter. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport Herkomst Helder: verwerving van de ijstjotter ‘Sperwer’ van 7 maart 2013. In zijn rapport concludeerde JJ het volgende:
    Het Zuiderzeemuseum heeft de ijstjotter Sperwer in 1951 te goeder trouw aan[ge]kocht. Men heeft de herkomst van het voorwerp destijds niet onderzocht. Volgens de Vereniging Oud Monnickendam zouden broer Moos en een van de zussen van Andries Witmond en/of de nazaten van hen de rechtmatige eigenaar zijn van de ijstjotter Sperwer nadat de nazi’s Andries Witmond en diens familie in concentratiekamp Sobibor in 1943 om het leven hebben gebracht.
    Het Zuiderzeemuseum heeft het voorwerp niet van de officiële eigenaar gekocht maar van degene die de ijstjotter op een onrechtmatige manier heeft verkregen.
    Waarschijnlijk heeft de directie van het Zuiderzeemuseum na de brief van 2 december 1998 van museumconsulent Jan Sparreboom geen verdere actie ondernomen om familie van Andries Witmond te achterhalen, zoals aangegeven in de brief.
    Wanneer nu alsnog nabestaanden worden gevonden, kan het museum met deze rechtmatige eigenaren de toekomst van het vaartuig bespreken
    .
  3. Op de website www.musealeverwervingen.nl, waarop sinds oktober 2013 de resultaten van het landelijke museumonderzoek worden vermeld, geeft het Museum onder meer de volgende informatie over de ijstjotter:
    - ‘Reconstructie herkomst
    Vóór 1908 <> 1943 (?) / Andries Witmond (collectie), Monnickendam / Inventaris museum
    1943 (?) <> 1951-09-27 / Watersportcentrum, K. / Inventaris museum
    1951-09-27 <> heden / Aankoop museum van het watersportcentrum / Inventaris museum
    ’.
    - ‘Conclusie / Het vaartuig de ijstjotter behoorde voor de Tweede Wereldoorlog tot het eigendom van de joodse koopman Andries Witmond’.
    - ‘Toelichting / De familie Witmond had een manufacturenwinkel op de Middendam in Monnickendam. De Sperwer lag opgeslagen in het pakhuis dat zich tegenover de winkel van de familie Witmond bevond. Andries Witmond werd in 1943 in Sobibor omgebracht. In 1943 werd de ijsschuit, volgens de toenmalige wethouder, uit de opslag ontvreemd en naar het watersportcentrum de Zeilhoek in K. overgebracht. De eigenaar van het Watersportcentrum verkocht in 1951 voor 300 gulden de ijstjotter aan het Zuiderzeemuseum. Op 14 april 1997 kwam ook nog een houten koffer met een set van twee katoenen zeilen behorende bij de IJstjotter ‘Sperwer’ in het bezit van het Zuiderzeemuseum.
    Het museum heeft de rechthebbenden opgespoord en contact met hen opgenomen
    ’.
  4. Bij haar onderzoek heeft de commissie aanwijzingen gevonden die bevestigen dat ten tijde van de Duitse bezetting Witmond de eigenaar was van de ijstjotter en dat hij het bezit door diefstal heeft verloren. Zo bevindt zich in documentatie over Witmond uit het archief van het Nederlands Beheersinstituut (hierna NBI) een na de oorlog opgestelde ‘STAAT VAN BEZITTINGEN VAN  DEN HEER A. WITMOND te MONNICKENDAM’, waarin onder meer een ‘ijsschuit’ wordt genoemd:
    Bij den Heer G. Karmelk N.Z. Burgwal 30 te Monnickendam bevond zich op ’t erf een ijsschuit, met vol tuig. Deze is door den N.S.B.er LL uit Monnickendam verkocht aan een andere N.S.B.er MM uit K..’
    Ook bevindt zich in het NBI-archief een tweetal brieven uit 1947 van L. Grunwald, de bewindvoerder van Witmond, aan het NBI waarin hij zijn pogingen beschrijft om de ‘ijsschuit’ van Witmond, ‘gegapt door de N.S.B.-er LL’, terug te krijgen.
    De commissie heeft aanwijzingen gevonden dat de hierboven genoemde LL de ijstjotter vervolgens heeft verkocht aan de N.S.B.-er MM uit K., exploitant van jachthaven ‘De Zeilhoek’. Een inventarislijst van zijn vermogen uit juni 1945 vermeldt onder meer: ‘Op zolder: […] 1 ijsschuitje / [f] 50.-- ’.
    Op 24 april 1947 schreef E. IJlst, de beheerder van het vermogen van MM, in een toelichting op een financieel overzicht: ‘Tot het bezit behoort een ijsschuit zonder zeilen welke door MM gekocht was van LL te Monnikendam (in de bezettingstijd). (…).
  5. Het Museum heeft de ijstjotter in 1951 verworven van NN, de zoon van voormelde MM. Nadat de toenmalige directeur van het Museum, S.J. Bouma, was gewezen op het bestaan van de ijstjotter, heeft hij bij brief van 6 september 1951 de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen gevraagd hem te machtigen om de ijstjotter te verwerven voor NLG 300. Nadat de gevraagde machtiging was verleend, is het Museum overgegaan tot aankoop. Sindsdien bevindt de ijstjotter zich in het Museum als onderdeel van de rijkscollectie.
    NN heeft op 14 april 1997 een houten koffer met een set van twee katoenen zeilen behorend bij de ijstjotter geschonken aan het Museum.
  6. Vanaf het einde van de jaren vijftig hebben familieleden van Witmond en derden zich herhaaldelijk tot het Museum gewend met vragen over de herkomst van de ijstjotter. Voor een overzicht en inhoud van de betreffende correspondentie verwijst de commissie naar paragraaf 3.3. van het conceptfeitenoverzicht.
  7. Verzoekers hebben er op gewezen dat de ijstjotter al in bezit was van hun overgrootvader, Philip Witmond. In dit verband hebben zij gewezen op een foto uit het tijdschrift De Prins uit januari 1908, met als onderschrift: ‘Het snelst zeilende ijsschuitje van Monnikendam op de Gouwzee (de “Sperwer” van den heer Witmond)’. Volgens verzoekers wordt hiermee Philip Witmond bedoeld.
    Verzoekers hebben de minister verzocht om restitutie van de ijstjotter ‘opdat recht gedaan wordt aan de geschiedenis’. Daarbij hebben verzoekers tevens vermeld zich bewust zijn van de waarde die de ijstjotter heeft voor de collectie van het Zuiderzeemuseum’.
  8. De minister heeft aangegeven dat de ijstjotter voor het Zuiderzeemuseum van groot belang is omdat het gaat om een recreatievaartuig. Met een ijstjotter werd voor recreatieve doeleinden het ijs op de Zuiderzee betreden, net als met schaatsen en met een duwslede of arrenslede. Er zijn maar weinig ijszeilers in museumcollecties te vinden. Omdat de ijstjotter op de Gouwzee/Zuiderzee is gebruikt past deze als geen ander in de collectie van het Zuiderzeemuseum. In het verlengde hiervan is de ijstjotter ook van groot belang voor de Rijkscollectie en de collectie Nederland, aldus de minister.
    De ijstjotter is sinds de verwerving in 1951 tot aan de verbouwing van het Museum in 1997 in het Museum te zien geweest. Na de verbouwing is de ijstjotter in het depot Hoogwoud opgeslagen. Het Zuiderzeemuseum is plannen aan het ontwikkelen voor een tentoonstelling over ijsrecreatie waarbij de ijstjotter het middelpunt zal zijn.

    Beoordeling claim

  9. Verzoekers hebben bij brief van 8 januari 2015 aangegeven dat hun verzoek ook betrekking heeft op de door NN op 14 april 1997 aan het Museum geschonken houten koffer met een set van twee katoenen zeilen. De minister heeft er bij brief van 23 januari 2015 mee ingestemd dat het advies van de commissie ook hier betrekking op heeft.
  10. Verzoekers hebben gesteld erfgenamen te zijn van Witmond. De commissie heeft kennisgenomen van de door verzoekers toegezonden verklaringen van erfrecht, op grond waarvan de commissie geen aanleiding ziet te twijfelen aan de status van verzoekers als erfgenamen van Witmond.
  11. Op grond van de door verzoekers en de minister aangeleverde gegevens en de resultaten van het door de commissie zelf verrichte onderzoek, is het naar het oordeel van de commissie in hoge mate aannemelijk dat ten tijde van het gestelde onvrijwillige bezitsverlies Witmond de eigenaar was van de ijstjotter. De commissie verwijst hiervoor naar de feiten zoals weergegeven onder 2, 3 en 4.
    Voorts moet dit bezitsverlies naar het oordeel van de commissie worden aangemerkt als onvrijwillig. Op grond van meerdere verklaringen zoals opgenomen in het conceptfeitenoverzicht ging het immers om diefstal, hetgeen het bezitsverlies per definitie onvrijwillig maakt. De precieze datum van deze diefstal kan niet met zekerheid worden vastgesteld maar deze heeft waarschijnlijk in 1943 of 1944 plaatsgevonden. Toen had Witmond, als gevolg van de Duitse bezetting, hoogstwaarschijnlijk Monnickendam al moeten verlaten en waarschijnlijk was hij al vermoord in Sobibor. De diefstal van de ijstjotter in deze periode uit het bezit van de joodse Witmond, gepleegd door een N.S.B.‑er kan naar het oordeel van de commissie worden toegerekend aan omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime.
  12. Aangezien de commissie over dit verzoek adviseert naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, komt zij thans toe aan de afweging van de betrokken belangen.
    De commissie neemt het volgende in aanmerking. Witmond was de oudoom van verzoekers. Hoewel niet alle gerechtigden tot de nalatenschap van Witmond op dit moment bekend zijn, ziet het verzoek derhalve op teruggave aan familieleden van Witmond van een cultuurgoed dat in ieder geval sinds 1908 maar hoogstwaarschijnlijk langer in het bezit van de familie Witmond was, tot aan het moment van de diefstal. Voorts hebben nabestaanden van Witmond, met hulp van derden, sinds de oorlog diverse pogingen ondernomen om het bezitsverlies aan de orde te stellen bij het Museum. Naar het oordeel van de commissie komt op grond hiervan aan het belang van verzoekers bij teruggave groot gewicht toe.
    Hoewel de minister te kennen heeft gegeven dat de ijstjotter zowel voor de collectie van het Zuiderzee museum als voor de rijkscollectie van bijzonder belang is, dient, gelet op hetgeen hierboven is overwogen, het belang van verzoekers bij teruggave van de ijstjotter zwaarder te wegen dan het belang van de Staat bij behoud van de ijstjotter voor de rijkscollectie.

Conclusie

De Restitutiecommissie adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de ijstjotter Sperwer met alle toebehoren zoals twee katoenen zeilen, te restitueren aan de gerechtigden tot de nalatenschappen van de echtelieden Andries Witmond en Berendje Witmond-Wolf, volgens het desbetreffende JOKOS-dossier beiden overleden te Sobibor op 4 juni 1943.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 18 mei 2015 door W.J.M. Davids (voorzitter), J.Th.M. Bank, R. Herrmann, P.J.N. van Os, E.J. van Straaten, H.M. Verrijn Stuart en I.C. van der Vlies (vice-voorzitter), en ondertekend door de voorzitter en de waarnemend secretaris.

(W.J.M. Davids, voorzitter)                          (R.A.M. Nachbahr, waarnemend secretaris)

Relevante persberichten: